Voerwaarts’ visie op goede biggenvoeding

Productie gescheiden van zeugenvoer
Voerwaarts is van mening dat het maken van goed biggenvoer niet samengaat met het maken van economisch interessant vleesvarkens- en zeugenvoer. Bij biggenvoer geldt dat de kwaliteit van het voer bepalend is voor een probleemloze opname zonder verteringsproblemen. Zeker in de fase voor en net na het spenen is de juiste kwaliteit en samenstelling bepalend voor de gezondheid en de groei van de dieren. Het inkopen van kwaliteitsgraan met een hoog hectolitergewicht dat dubbel gereinigd is, is voor ons een vanzelfsprekend uitgangspunt voor top biggenvoer. De consequentie is dat we hierdoor geen concurrerend zeugen- en vleesvarkensvoer aan kunnen bieden.

Productie zonder stoom
In biggenvoer, en dan met name in prestarter en speenvoer, worden zuiveleiwitten verwerkt. Deze maken het mogelijk dat de vertering van het big van puur melkeiwit  (zeugenmelk) naar uiteindelijk volledig plantaardig eiwit geleidelijk verloopt. Zuiveleiwitten veranderen (negatief) van structuur bij een te hoge temperatuur. Dit is de reden dat er bij Voerwaarts koud geperst wordt en er geen gebruik wordt gemaakt van stoom.

Nieuwe granen laten besterven
Voerwaarts is van mening dat granen van de nieuwe oogst vaak veel te snel in voeders worden verwerkt. Nieuwe oogst granen kan de eerste 6 tot 8 weken na het oogsten tot onrustige biggen leiden omdat het graan nog niet goed is bestorven en er in de graankorrels nog processen gaande zijn. In de zomermaanden wordt bij Voerwaarts zolang als mogelijk met de oude oogst granen gewerkt, ook als dat een kostprijsverhoging tot gevolg heeft. Wij zijn ervan overtuigd dat dit bijdraagt aan het voorkomen en terugdringen van problemen met oorrandnecrose, staart- of oorbijten en streptococcen.

Bijdragen aan hoge darmgezondheid en laag uitval
De grondstofkeuze en -kwaliteit, maalfijnheid en perstemperatuur zijn bij Voerwaarts speciaal op biggen afgestemd. Dit samen heeft een zeer positieve invloed op weerstand en darmgezondheid van de biggen. Dat resulteert in een laag medicijngebruik en laag uitval. Streven naar een medicijnvrije opfok en lage biggensterfte is een must voor het maatschappelijk draagvlak van de varkenshouderij in Nederland.